Bij RozemArrie zijn aardbeien de kers op de taart

Verrassend Vechtdal

Geschreven door Erik Driessen

Ontdek deze prachtige plek in het Vechtdal: Aardbeienboerderij RozemArrie. Deze plek is niet alleen heel leuk, maar je vindt hier ook de lekkerste aardbeien!

Koos en Inge Rozema stopten in 2007 zeshonderd aardbeiplantjes in de grond langs de Ridderinkweg in Arriën. Een experiment. Dat pionieren met de plantjes en de smakelijke vruchten veranderde snel in een passie voor de aardbei. Liefhebbers rijden tientallen kilometers om voor de biologische producten van Aardbeienboerderij RozemArrie. Campinggasten en toeristen slaan het rode fruit ook graag in. Of ze genieten van de gerechten in de theeschenkerij. “De aardbei is onze kers op de taart”, lacht Inge, die het eigen fruit verwerkt in het culinaire aanbod.

RozemArrie aardbeienboerderij
RozemArrie aardbeienboerderij

Van koeien naar aardbeien

“Als tiener werkte ik soms bij een familielid dat aardbeien teelde. Och jongen, die waren zo ongelooflijk lekker. ‘Als ons dat eens zou lukken...’, dacht ik toen we zelf met aardbeien begonnen. Nou, we hebben nu dezelfde topkwaliteit”, vertelt Inge in de theeschenkerij. Voordat het echtpaar Rozema in Arriën neerstreek, stonden daar nog koeien. Zelf hadden ze bij de komst naar het Vechtdal ook meer met die melkdieren dan met aardbeien, vertelt Koos. “We runden een melkveebedrijf in Groningen. Toen we dat vanwege omstandigheden verkochten, zochten we een nieuw plekje.”

Buren aannemen

Dat vonden ze in Arriën, een prachtplek even buiten Ommen. Ze voelden zich snel thuis. “Van de vorige bewoners hoorden we dat we buren moesten ‘aannemen’. Je nodigt mensen uit voor een gezellige avond en dat zijn dan officieel je buren. Zo werkt het in een buurtschap in het Vechtdal. Burenplicht bestaat hier nog. Dankzij die traditie voelden we ons als Groningers meteen geaccepteerd”, vertelt Koos.

Experimenteren met aardbeien

De akkers bij de boerderij leverden meer hoofdbrekens op. Te weinig hectares voor een goedlopend melkveebedrijf en door andere opties ging ook voortdurend een streep. “Toen raadde een neef aardbeien aan. Zelf reist hij als voorlichter de hele wereld over naar aardbeitelers. Die kennis kwam ons goed van pas. We experimenteerden met die eerste zeshonderd plantjes en de oogst was boven verwachting. Vanaf dat moment zijn we blijven groeien”, blikt Inge terug op de afgelopen vijftien jaar.

Pure smaak

Een missie hadden ze meteen. “Telen zonder gif en in de open lucht”, vat Koos bondig samen. “Bij veel aardbeien proef je een bijsmaak door bestrijdingsmiddelen. Wij gaan voor pure smaak. Dat betekent dat we incalculeren dat een deel van de oogst verloren gaat. Ook omdat we niet met kassen werken. Daardoor zijn we afhankelijk van de weersomstandigheden. In deze teeltwijze gaat veel werk zitten, maar dat hebben we er graag voor over. Mensen proeven het verschil.”

Aardbeien uit het Vechtdal

Achteraf blijkt het advies van het familielid een gouden tip. RozemArrie groeide uit tot een begrip in de regio, met dank aan de zandgrond van het Vechtdal. “Die is inderdaad perfect voor aardbeien, omdat regenwater snel wegzakt. Pas hadden we een stortbui met vijftien millimeter neerslag, maar binnen tien minuten was het land droog. In Brabant mislukken complete oogsten door zo’n bui. Ook het bronwater, zo dichtbij de Vecht, dat we gebruiken is rijk aan mineralen. We hoeven nauwelijks bij te voeden. De aardbeien zijn rijk aan kalium, ijzer en calcium en vitaminen B en C. Ook bevatten ze antioxidanten.“

Regenkapjes voor de planten

Ze zoeken voortdurend naar verbeteringen in de bedrijfsvoering. “Regenkapjes...”, glimlacht Inge, als ze vanuit de theeschenkerij het land oploopt. Op een van de velden beschermt afdekmateriaal de aardbeiplanten tegen regen. Een primeur voor RozemArrie. Er zit een verhaal achter. “De meeste aardbeirassen zijn junidragers: die geven in juni de meeste aardbeien. Om het seizoen te verlengen hebben we ook doordragers, die vrucht geven tot de eerste nachtvorst. Dat zijn rassen die oorspronkelijk uit de zuidelijke landen komen. Ze kunnen heel slecht tegen regen. Als na een bui niet onmiddellijk de zon gaat schijnen, kun je ze afschrijven. Daarom beschermen we ze nu.”

Telen op stro

“In het Engels heten ze niet voor niets strawberries”, zegt Inge als ze wijst op het stro tussen de aardbeiplanten. Ook dat hoort bij de klassieke manier van telen, net zoals bijenkasten langs de aardbeivelden. Imkers uit de omgeving zetten in de zomermaanden de koningin met het volk langs de Ridderinkweg. “Sinds we dat doen is de oogst verdubbeld en zijn de aardbeien veel ronder. De honing verkopen we in onze winkel”, vertelt Koos. Zijn vinger gaat naar de kruiden rondom de akkers. “Omdat we geen gif gebruiken, hebben we natuurlijke vijanden van de trips nodig. Dat zijn de vliegjes die de bloemetjes aanprikken waardoor de aardbeien harde knikkertjes worden. Roofmijten zoals de orius eten de trips, ze houden zich schuil in de gevarieerde bloemen en kruidenranden.”

Plant geeft drie jaar vruchten

RozemArrie plant de hele zomer plantjes bij. Dat is de enige manier om een goede voorraad aardbeien te garanderen, legt Koos uit. “Een plant geeft drie jaar vrucht, maar in het eerste jaar beperkt en eigenlijk alleen in het tweede jaar voldoende voor de verkoop. Dat betekent dat je voortdurend moet bij planten.”

Bij de theeschenkerij stopt een bus. Een groep Vechtdallers komt voor de geneugten van RozemArrie. “Kunnen we een ijsje eten?”, vraagt de begeleidster. Veel bezoekers komen voor het softijs met een berg aardbeien. Op de kaart staan veel andere aardbeispecialiteiten, zoals pannenkoeken, cake en taart. “De aardbei is onze kers op de taart. Maar we hebben ook genoeg andere producten. Je gelooft het niet, er zijn ook mensen die niet van aardbeien houden”, lacht Inge.

Arrangementen

Andere bezoekers komen juist speciaal voor het rode fruit naar RozemArrie. Soms een hele middag. “We hebben samen met onder meer Beerze Bulten en Roke's Erf leuke arrangementen. Gasten beginnen de middag met koffie en gebak bij ons en zoeken daarna in de regio ingrediënten voor pannenkoeken. Bij terugkomst wacht hier dan een reuzenpan waarmee ze zelf aan de slag gaan. Als het weer het toelaat, mogen ze zelf aardbeien plukken.”

Aardbeien scheppen

Die zelfplukkers leren snel dat voorzichtig omgaan met de rode vrucht belangrijk is. Dat is niet in alle landen de handelswijze, vertelt Koos. “Toeristen vertellen wel eens dat je in Spanje aardbeien in grote zakken schept. Eigenlijk zijn dat totaal andere vruchten. Harder vooral. Nederlandse aardbeien zijn zachter en zoeter, zeker rassen als Korona en Elsanta die wij telen. Hoeveel rassen er zijn? Zoveel dat ik niet eens weet precies hoeveel. Wij hebben zeker 25 soorten uitgeprobeerd en werken nu met de vijf die het beste bij ons passen.”

Thuis aardbeien bewaren

Elke dag bepalen ze hoeveel aardbeien ze plukken voor de verkoop. Daarvoor zijn de weersvoorspellingen doorslaggevend. “Hoe beter het weer, hoe beter de verkoop. Aardbeien horen bij mooi weer”, weet Inge. Thuis moeten de rode vruchten in de koelkast adviseert ze. “Haal ze er een half uur voor consumptie uit: bij kamertemperatuur komt de smaak het beste tot zijn recht. Maar het beste advies: haal ze lekker elke dag vers bij RozemArrie.”

Geschreven door Erik Driessen

Erik Driessen (1971) is journalist. Als kind werd hij elk weekeinde door zijn ouders meegesleurd voor eindeloze autotochten door Weerribben-Wieden, IJsseldelta en Vechtdal. Daardoor kent hij elke millimeter van de gebieden waarover hij graag schrijft.

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

Meer leuke verhalen